In Unit 1 LA 3.4 heb je al gewerkt met eenvoudige functies en ook met functies die parameters hebben. Check dat je die opdracht gedaan hebt.

Opdracht 1: werken met return waardes

In de derde video legt Prof Cris uit hoe je de return waarde van een functie kunt gebruiken.

https://youtu.be/hZPPsegvgYM

Vraag: wat heb je nodig als je een functie gebruikt die een return-waarde oplevert? Zoals bijv. de random() function?

Opdracht 2: kmToMiles()

Kijk nu deze video van de coding train.

// zo kan het super kort

function milesToKm(miles) {
   return miles * 1.6
}
console.log(milesToKm(10))
console.log(milesToKm(20))
console.log(milesToKm(30))

Leuke functie gemaakt dude, maar ja, de verkeerde kant op.

Als opdracht maak jij dezelfde functie als hij, maar de andere kant op: kmToMiles(). Gebruik deze in zeker 3 voorbeeld calls. Zorg ervoor dat je de waarde opslaat en logt naar console.

Opdracht 3 (Final) Functies met boolean return waarde

Neem je code van je meebewegende robot. Check de positie. Maak nu een functie

botsMetRand()

die returnt false als robot in het canvas zit, en die true geeft als de robot de rand van het canvas raakt / overheen gaat.

Gebruik de return waarde van deze functie om te bepalen of de robot geel (…) of rood moet worden.

Funny

NB: Mogelijke toets opdracht: optimaliseer deze code